
Samen met m’n wandelmaatje struin ik regelmatig door de weilanden. Hierboven zit ze verstopt tussen het hoge gras. We zitten midden in het weidevogelseizoen en het gras begint flink te groeien. We lopen daarom langs de sloten, om het gras niet plat te trappen en de weidevogels niet te verstoren. Vandaag gaan we naar de grote afwateringssloot aan het eind van ons land. Het fluitenkruid begint te bloeien, helaas is de lucht saai grijs.

We wandelen verder over het dijkje

en over het bouwland.

Je moet als wandelmaatje veel geduld hebben, heeeel veel geduld,

want we komen onderweg van alles tegen wat gefotografeerd moet worden. Een gele kwikstaart,

hondsdraf,

witte dovenetel.

Eindelijk komt de boerderij weer in zicht, we zijn bijna thuis.

Vlak voor we thuis zijn, vliegen twee grutto’s op.

Ik heb al verschillende keren aangekondigd dat ik een paar blogs wil besteden aan weidevogelbescherming. Het is er nog steeds niet van gekomen. Ik moet wat bijpassende foto’s opzoeken in m’n fotoarchief en nog een bijpassende film bewerken, en voor ik het weet is het weidevogelseizoen weer voorbij. Omdat we nu midden in het broedseizoen zitten, is het een goede gelegenheid om dit onderwerp eindelijk een keer aan de orde te stellen. Ik ben benieuwd wat voor voorstelling lezers van mijn weblog hebben bij weidevogelbescherming. Ik wil daarom een kleine inventarisatie houden, dat kan via een reactie onder dit blog, of via het contactformulier – dit formulier vind je in de zwarte balk onder de kopfoto van dit weblog. Mijn vraag is: wat stellen jullie je voor bij weidevogelbescherming? De komende tijd kom ik op dit onderwerp terug en zal ik over mijn praktijkervaring vertellen.
Onafscheidelijk – gescheiden
Ze kwamen op mijn weblog verschillende keren voorbij: onze onafscheidelijke tweekleurige twee-eiige tweeling, lees nog maar eens hier, hier en hier.

Ik had al aangekondigd dat de zwartbonte koe – Olga 780 – van deze tweeling zou vertrekken, omdat ze niet drachtig is geworden. Vandaag was het zover. Gisteravond hoopte ik dat ze de laatste nacht samen door zouden brengen, en wat zag ik vanmorgen:

Vorig jaar in februari heeft ze voor het laatst gekalfd. Ze heeft ruim 39.000 kg melk gegeven (een gemiddelde dagproductie van 36,3 kg melk). We hebben nog een goede Kiandochter van haar. Ze hoorde bij mijn clubje lievelingskoeien.
Lentekriebels
Op de weblog van Ria wandelt las ik vandaag een toepasselijk tekst. ‘t Is wel geen romantische meiboom, maar dat mag de pret niet drukken.
Koninginnedag 2012
Taarten van Abel

Thom maakt voor roodbonte koe Erna 57 een lekkere soesjestaart in Taarten van Abel. (Met dank aan Tinka).
De ene ‘boe’ is de andere niet
“Zo bijzonder zoals jullie de taal van de koeien verstaan“, schrijft boomkruiper onder deze blog.

Wij communiceren met onze koeien, zonder dat wij er zelf zo bij stilstaan, het is een automatisme. Maar het is waar: de ene ‘boe’ is de andere niet. Uit onderzoek is gebleken dat een koe een twintig verschillende boegeluiden heeft. Ander onderzoek toont aan dat koeien ook nog met een regionaal accent loeien. Als onze koeien de koeien van Sandra en José uit Zweden zouden ontmoeten, zou het maar zo kunnen zijn dat er een Babylonische spraakverwarring ontstaat. Koeien zullen vrijwel nooit een potje voor de gezelligheid loeien: alleen als er iets bijzonders aan de hand is, laten ze van zich horen. Een ovulerende koe kan roepen om een stier, als ze bevalt heeft ze daarvoor een apart boegeluid en als we meerdere koeien onrustig horen loeien, gaan we zeker even kijken wat er aan de hand is. Groot kans dat ze roepen: “meneer de boer, Hendrika, kom gauw kijken. Zij doet/doen iets – uitbreken bijvoorbeeld… – wat helemaal niet mag!!” Klikspanen zijn het ook nog
.























